Het Wilhelmus en de rol van christenen in de crisis van de democratische rechtsorde



Noot: dit artikel kan een beetje voelen als mosterd na de maaltijd. Het kwam er eerder niet van om het te posten of op te sturen naar een krant. Dat ik het nu post heeft te maken met het einde, het punt over de herideologisering van onze democratie. Het vormt de opmaat naar een serie filmpjes waarin ik daar een aanzet toe zal proberen te geven.

Rond Koningsdag en de viering van 4 en 5 mei laaide op sociale media de discussie op rond het zingen van het Wilhelmus tijdens kerkdiensten. Twee kampen tekenen zich af: het ene kamp betoogt met gloed hoe christelijk en deemoedig het Wilhelmus is en hoe waardevol het daarom is om het als christelijk lied in de christelijke eredienst te zingen. Het andere kamp betoogt dat we in de kerk niet onze band met het koningshuis of de nationale overheid bezingen, maar ons als het goed is burgers tonen van een ander vaderland, zoals Janneke Burger het uitdrukte. Is het zingen van het Wilhelmus in de kerk niet een verholen vorm van religieus nationalisme waarin de macht van de staat en de macht van het Koninkrijk van God op een diffuse manier met elkaar in verband worden gebracht.

Veel voor te zeggen

Ik denk dat er meer is te zeggen voor de stem van de critici dan de voorstanders willen toegeven. Er is wel degelijk een verband tussen het zingen van het Wilhelmus in de kerk en de problematische vervlechting van kerk en staat in de geschiedenis van ons staatsbestel. Je moet je in de geschiedenis van het nationalisme en de relatie daarvan tot het protestantisme hebben verdiept om te zien hoe ongekend sterk de relatie daartusen is geweest. Eén van onze studenten maakt daar studie van en bij het lezen van uitspraken van bijvoorbeeld de bekende Petrus Hofstede de Groot (1802-1886) rijzen de haren je te berge: Nederland als het door God uitverkoren volk om als protestantse natie de wereld heil te brengen. Vergelijkbaar met hoe ze in Duitsland hetzelfde zeiden over Duitsland dat de wereld cultuur moest brengen. Na de Franse tijd is het christelijke geloof breed ingezet om een nationale identiteit te creëren in het nieuwe Nederland als koninkrijk en die identiteit werd in heel directe zin met de wil van God in verband gebracht. Wat het protestantisme daar als voordeel bij kreeg, was dat Nederland werd neergezet als een protestantse natie en de kerk een bevoorrechte positie kreeg. Dat is voor een kerk natuurlijk altijd aantrekkelijk. Het nadeel was dat de kerk haar positie als kritisch tegenover ten opzichte van de staat moest matigen.

Het zingen van het Wilhelmus in een kerkdienst kan uiteraard op allerlei verschillende manieren betekenis krijgen. Dat hoeft zeker niet per se een verkeerde betekenis te zijn, maar het nationalisme van de negentiende eeuw heeft toch wel iets met de manier te maken waarop kerken rond de verjaardag van de koning nog altijd hun band met de staat en met het oranjehuis laten blijken. Op dat punt past een zeer kritische noot: de kerken hebben in het verleden hun rol als bondgenoot van de nationale identiteit verzaakt door te verzuimen een kritisch tegenover te zijn tegenover een staat die de beperkingen van haar verantwoordelijkheid niet in beeld had. Daarvoor past de kerken schaamte en berouw. Dat verhaal verdient het om steeds opnieuw verteld te worden. Christenen hadden als burgers van een ander vaderland beter moeten weten en zichzelf vrijer moeten voelen om de staat tot de orde te roepen in plaats van haar imperialistische neigingen van nota bene de hoogst mogelijke goddelijke goedkeuring te voorzien.

Juist nu

Dit verhaal verdient het te meer om elke keer verteld te worden, omdat het ons als christenen misschien kan behoeden om ons nog een keer te laten meeslepen in een onheilig huwelijk tussen de Nederlandse staat en haar zogenaamde joods-cbristelijke identiteit, een huwelijk dat erop uit is om onze islamitische of anders gezinde en andersgelovigen landgenoten uit te sluiten en tot tweederangs burgers te verklaren. Die mogelijkheid is allesbehalve denkbeeldig, want hoe prettig zouden we die erkenning van de christelijke wortels van ons land wel niet vinden en hoe vertrouwd zou het klinken?! Maar het zou een zondige daad zijn. Het Koninkrijk van God heeft in deze wereld niet meer dan recht en gerechtigheid tot doel en daar hoort een protestantse natie niet bij omdat die gedachte anderen de ruimte beneemt om zich voluit onderdeel van hun volk te weten.

Een groter verhaal

Toch wil ik er niet voor pleiten om de banden tussen kerk en staat helemaal te verbreken. De redenen daarvoor liggen in de heel concrete situatie waarin de West-Europese cultuur zich op dit moment bevindt. We bevinden ons in een situatie waarin de democratische rechtsorde die over een lengte van eeuwen is gegroeid en met horten en stoten de basis is geworden van Europese waarden, onder druk komt te staan van een democratie die identiek is met de realisering van ons eigen belang en van de mensen die het met ons eens zijn: democratie als realisering van de volkswil oftewel de tirannie van de meerderheid. Enerzijds leidt dat tot een almaar opschroeven van de directe democratie, want het volk wil nu eenmaal overal zijn zegje over doen. Anderzijds leidt het tot openlijke pleidooien voor het in handen geven van het landsbestuur in handen van een technocratische elite.

Ik hoop dat christenen in dit land een rol kunnen spelen in de herideologisering van onze democratische rechtsorde. Christenen kunnen met raad en daad laten zien wat het is om samen met andersdenkenden een samenleving vorm te geven die meer is dan een verzameling mensen die niet meer hebben dan hun eigenbelang. Christenen zouden dat moeten kunnen omdat ze weet hebben van een groter verhaal, van een God die deze wereld gemaakt heeft voor meer dan ons eigenbelang. Maar om dat verhaal zegenrijk over te brengen aan de samenleving als geheel, zullen ze die hele samenleving dan juist niet voor zichzelf moeten claimen als christelijke natie, maar uitdrukkelijk ruimte moeten scheppen voor anderen dan zijzelf. Ze zullen vanuit de kern van hun geloof moeten kunnen duidelijk maken dat christen zijn betekent: ruimte geven aan anderen die evenals jij schepselen zijn van God, maar er toch radicaal andere opvattingen op na houden. Als het Wilhelmus zingen in de kerk daaraan kan bijdragen, mag het van mij blijven.

Reacties

Populaire posts