Voetbal, het christendom, de dogmatiek en 7keer7



Onlangs schreef ik twee columns voor het Friesch Dagblad waarin ik positieve inspiratie aan voetbal ontleende. In de eerste column voerde ik Frank de Boer op als rolmodel voor een voorganger. In de tweede ging het over de vraag of voetbal een religie aan het worden is. Inmiddels is het hele land in de ban van het WK, vooral nu Nederland tot ieders verbazing zo ver gekomen is.

Spijt

Ik wil wel toegeven dat ik aanvankelijk van de tweede column een beetje spijt had. Er kwamen zoveel berichten langs in de media (ook al voordat ik die column schreef) over ernstige vormen van onderdrukking die arme Brazilianen in de aanloop naar het WK moesten ondergaan om dit westerse spelletje mogelijk te maken, dat ik me afvroeg of je daar zomaar aan voorbij kunt gaan. Als je gerechtigheid zo belangrijk vindt, hoe kun je zoiets dan negeren?

De reden waarom ik de massale verontwaardiging over het beleid van de Braziliaanse regering in de voorbereidingen naar het WK toch niet bijgevallen ben, hoewel ik die verontwaardiging op zich overigens zeker deel, is dat ik veel liever de aandacht wilde vestigen op het selectieve karakter van die verontwaardiging, dan op de verontwaardiging zelf. Het is niet zo moeilijk om boos te worden over de onderdrukking van de armen als het gaat om het WK voetbal, after all, hoe belangrijk het ook door veel mensen wordt gevonden, een spelletje, al kost dat spelletje honderden miljoenen. Het is veel moeilijker om verontwaardigd te zijn over al die kleinere en grotere mechanismen die aan de onderdrukking van minder bedeelden bijdragen en diep in onze alledaagse routine zitten. Voor we er erg in hebben, gebruiken we van die evidente vormen van kwaad om onszelf een goed gevoel te geven en de aandacht voor al die andere vormen van kwaad waaraan we dagelijks deel hebben, even af te leiden. Als ik me niet vergis worden we daar in onze cultuur steeds beter in.

Wat we van het WK kunnen leren

Als je de hele gang van zaken rond het WK langs je heen laat gaan, zelf ook wedstrijden kijkt wellicht, of juist helemaal niet, geeft dat stof voor antropologische reflectie. Meermaals is voetbal de afgelopen tijd met een afgod vergeleken, of met een religie. Ik snap dat wel. Toch had ik zelf juist een vleugje inspiratie bij een opvallend verschil tussen voetbal en religie, of preciezer gezegd: voetbal en het hedendaagse christendom.

Dat verschil is volgens mij het testosteroneffect. Spanning, daar draait het allemaal om. Spanning door rivaliteit. Willen winnen, de beste willen zijn. Zelfs mensen die eigenlijk niets om voetbal geven voelen het bloed sneller door hun aderen stromen als Nederland speelt. Winnen wil je, collectief de beste zijn. En net op het moment dat je zou denken dat dat toch wel typisch een mannenspelletje is, zie je dat de dames ook massaal voor de bijl gaan.

Kennelijk is dat belangrijk voor ons mensen, samengebalde momenten van spanning en rivaliteit die ons dan ofwel de roes van de overwinning ofwel de kater van de nederlaag bezorgen. Diep zit dat in ons mensen. Dat het dan toch de mannetjes zijn die die strijd uitvechten is ook weer niet helemaal toevallig. Het is toch wel een testosterondingetje.

En ziedaar, dat bracht me tot de conclusie dat er in het hedendaagse christendom buitengewoon weinig testosterondingetjes te bespeuren zijn. Als het over de feminisering van de kerk gaat, zou dat wel eens een factor kunnen zijn. Rivaliteit, o foei, dat is zonde, spanning, tsja, waarover? De vierde musketier, daar zit wel wat spanning in, maar dan toch vooral weer spanning in de zin van met jezelf geconfronteerd worden. Je hoeft het filmpje van de strafschoppen van Krul maar te bekijken om te zien aan welke vorm van spanning een voetballer zich overgeeft. Een trommelende gorilla is er niks bij en toch is die kwajongenslach van Krul aan het einde van de serie strafschoppen een geweldige manier om je dag wat zonniger tegemoet te treden. I did it! Soms moet je jezelf dat gevoel even meegeven. Kom op, we kunnen het.

Je gelooft het of niet, maar waar ik aan moest denken toen ik wat zat te puzzelen op testosterondingetjes in het geloof, was mijn vak. Dogmatiek, die verafschuwde strijd over de waarheid, dat afpoeieren van elkaar omdat je de Bijbel niet goed hebt gelezen, de rivaliteit tussen al die substrominkjes in het protestantisme, het gevoel dat je beter bent dan mensen die een paar honderd meter verderop in een zelfde soort kerk uit de zelfde soort Bijbel lezen. Het elkaar afkatten als domme varkens, verslindende monsters of domme honden. Kinderachtig, barbaars, onchristelijk, maar wel goed voor een sprankje testosteron in de kerk. Weg zijn ze! Kerken, van links tot rechts, zijn bolwerken van brave burgerlijkheid. Vrede! Eenheid! Natuurlijk, eenheid in verscheidenheid, maar dan toch: verzoening! Dialoog! Ah, wat fijn, wat een beschaving, maar het is zó zompig, zo politiek correct! Logisch dat al die mensen voetbal kijken en niet naar de kerk gaan, toch? Wij mensen zijn nu eenmaal niet uitsluitend politiek correct en dus is er een manier nodig om dat gegeven op één of andere manier te kanaliseren. Daar hebben we als samenleving graag honderden miljoenen voor over. Ach, het zal ook wel miljardenbusiness zijn, die voetbal, maar ik wil niet overdrijven.

7keer7

Vandaag verscheen in op De Correspondent.nl een artikel met daarin 7 punten op weg naar een nieuwe vorm van christendom voor de 21e eeuw. Voorzover ik ze ken, zijn de mensen die het 7keer7 initiatief hebben georganiseerd, buitengewoon bijdetijdse jonge mensen die met hun beide benen in de hedendaagse postmoderne cultuur staan. Over het algemeen ben ik daarbij vergeleken het toonbeeld van burgerlijkheid. Juist daarom was ik toch een beetje verbaasd over de 7 richtingaanwijzers die ze ons voorhouden. Hoewel ze ons voorhouden dat we in geloofsgemeenschappen moeten ophouden om mooi weer te spelen en vooral ook ruimte moeten maken voor falen en twijfel, maakt het pleidooi van Smouter op mij toch een heel brave indruk. Jezus volgen en doen wat hij deed, structuren opheffen en de zachte kant van het christendom terugvinden. Zeker, mooi allemaal, maar waar is het testosteroneffect? Wanneer giert de spanning over een te winnen wedstrijd door onze aderen?

Ergens zit daar toch wel een pijnpunt wat betreft de richtingwijzers van 7keer7. Het stuk van Smouter suggereert en beetje dat het 7keer7-programma is wat de kerk moet worden om mensen aan te spreken, om oude ballast achter te laten. Ik denk dat dat een misverstand is. Dogma's, ijzeren absolute waarheden, oervaste structuren, stoffige oude en lastige kerkgebouwen, kerkenraden en institutionele structuren die op potten stroop lijken, zijn geen residuen uit het verleden die alleen wachten op een nieuwe generatie die ze opruimt, maar producten van een hedendaagse mens die nog altijd behoefte heeft aan eeuwige zekerheden, aan oplossingen voor levensvragen die zo diep gaan dat er alleen een absoluut, oeroud, vreemd klinkend mysterieus antwoord op mogelijk is, zodat je weet: dit is niet de waan van de dag, dit is de waarheid! Inderdaad, de mensen van 7keer7 hebben het goed gezien. Meer dan eens is die wens regelrecht in strijd met de woorden en daden van Jezus. Om bij het profetische maar ook het zachte van die woorden te komen, heb je soms het omkeren van de tafels van de wisselaars nodig, de deconstructie van heilige bergen en een maaltijd bij de foutsten uit de samenleving, maar toch kun je die wens niet negeren. Al was het maar omdat die vaste structuren de plek zijn waar Jezus zijn werk doet.

Wie weet, is er in de kerk van de toekomst toch nog wel plaats voor een paar testosterondingetjes...


Reacties

Populaire posts