Competentiegericht onderwijs: Docenten bijscholen prachtig, maar niet zo

Docenten bijscholen prachtig, maar niet zo - Opinie - TROUW
Bij deze een reactie op dit op zich lezenswaardige artikel. Een docent uit het voortgezet onderwijs kreeg een lerarenbeurs, maar fulmineert tegen het competentiegerichte onderwijs dat ze vervolgens op de Hogeschool van Utrecht kreeg en pleit daarom voor totaal anders ingericht hoger onderwijs: inhoud en kennis, daar gaat het om; weg met het competentiegerichte hoger onderwijs!

Er is iets dramatisch mis
Wat deze mevrouw zegt, is niet nieuw. Laten we daarom vaststellen dat er iets mis is met de manier waarop competentiegericht onderwijs in heel veel gevallen op hogescholen, en in mindere mate universiteiten, wordt gegeven. Er is niet zomaar iets mis, maar iets dramatisch mis. De fundamentele gedachte achter competentiegericht leren is immers dat de student zelf in staat is haar of zijn leerproces te begrijpen, te monitoren en te sturen. Als dan blijkt dat massa's studenten die binnen een dergelijk onderwijssysteem leren, op het systeem spugen, is de doelstelling evident niet gehaald, want ze zijn kennelijk niet in staat om de waarde van hun eigen proces in te zien, noch dat proces te sturen! Een positieve evaluatie van het leerproces is dus een basisvoorwaarde voor het succes van competentiegericht leren. Dat zouden zij die dit type onderwijs geven, overigens wel eens iets vaker ter harte mogen nemen. Je kunt met nog zoveel goede bedoelingen lesgeven en de onderwijskundige theorietjes die je daarbij gebruikt kunnen nog zo deugdelijk zijn, als je studenten erop spugen, zeggen die theorietjes nu juist dat je je meest fundamentele onderwijsdoel hebt gemist.
‘Geef ons les en vermoei ons niet met allerlei opdrachtjes waarvan we de zin niet inzien!’, dat is hoe ik de kritiek op competentiegericht onderwijs wel eens hoor langskomen. Binnen de opleiding theologie aan de VU waar ik werk, is de klacht denk ik maar beperkt aanwezig. In onze opleiding zit nog veel kennisoverdracht, hoewel we juist op dat punt bij de laatste curriculumherziening een flinke veer hebben moeten laten. Het wordt in de toekomst nog maar net mogelijk om de hele dogmatiek in 6 ects te laten langskomen. Een vak geschiedenis van de theologie in de 20e eeuw, dat door de studenten werd geprezen vanwege ‘ouderwets hoorcollege!’ heeft het veld moeten ruimen, overigens minstens evenzeer voor de oude talen als voor reflectievakken.

Pleidooi voor competentiegericht leren
En toch hoor je mij niet vitten op competentiegericht leren. Ik heb bijvoorbeeld onlangs nog een didactiekcursus gehad in het kader van het behalen van een basiskwalificatie onderwijs, een cursus die geheel volgens de principes van competentiegericht onderwijs was opgebouwd. Volgens mij was dat een uitstekende cursus waar niets teveel maar ook zeker niet te weinig aan kennisoverdracht was ingebouwd. After all is immers een bepaalde hoeveelheid kennis óók een competentie, bijvoorbeeld in dit geval: kennis van bepaalde onderwijskundige theorieën, of kennis over mogelijke manieren om een hoorcollege activerend te maken, zodat studenten niet alleen maar slapend in hun stoel hangen.
Daar hebben de competentiegerichten namelijk hun punt: als je bij kennisoverdracht niet in staat bent om dat wat je leert, met jezelf en je omgeving in verband te brengen, dan ben je het binnen de kortste keren weer vergeten. Er zijn teveel kennisoverdracht cursussen die een aantal theorieën de revue laten passeren die de student vervolgens braaf voor het tentamen in haar of zijn hoofd stampt, maar waarvan zij of hij de relevantie totaal niet kan inzien. Ze zullen ze in de praktijk dus ook niet meer gebruiken.

Competentiegericht leren veronderstelt ‘wijsheid’
Helpt het om die theorieën dan maar in de vorm van zelf-doe-opdrachtjes te geven, of die opdrachtjes er machinaal tussendoor te geven? Geen hoorcollege, maar een serie Youtube-filmpjes, mooie vraagjes erbij en klaar? Nee, natuurlijk helpt dat an sich niet! Wat je nodig hebt, is een docent die maar niet een paar theorieën de revue laat passeren, maar die door die theorieën zelf is heengegaan, ermee kan werken, er liefst onderzoek naar heeft gedaan, hun voors en hun tegens kan laten zien, je er de kracht van kan tonen tot op het punt waarop je ‘wow!’ zegt, zelfs als zij of hij er uiteindelijk dan toch zelf om heel goede redenen niet helemaal in gelooft. Als je er dan nog op de juiste momenten opdrachtjes bij krijgt om die theorieën toe te passen en er zelf door heen te gaan, dan heb je competentiegericht onderwijs, want dan leer je zelf binnen dat veld van theorieën werken met theorieën die op zich allemaal maar heel beperkte en relatieve bronnen van kennis zijn.
Dan ontwikkel je ‘wijsheid’. Is dat niet het soort onderwijs dat we nodig hebben? Niet: zo en zo is het!, maar: ‘Kijk, zo hebben ze het vroeger gedaan, dat heb je eraan en dat mankeert eraan, probeer ze maar uit, en als bonus, zo zou ik (de docent) het doen, schiet er maar op!’. Dan veronderstelt onderwijs een visie op de werkelijkheid, maar ook een visie op de leraar en de leerling, namelijk als gebroken subjecten die geen van beiden het recht op de waarheid hebben, omdat de waarheid altijd tegenover ze ligt. Hebben we daar eigenlijk niet groot gebrek aan, aan een fundamentele mensvisie onder een pragmatische onderwijsvisie, die alleen vermag te zeggen ‘wat werkt’?

Reacties

Populaire posts